In deze editie van In gesprek met… spreek ik met Nout Waller, directeur-bestuurder van Huisartsen Zuid-Kennemerland (HZK). We praten over het belang van regionaal werken en de rol van continuïteit binnen de samenwerking in de zorg. Nout deelt hoe zijn achtergrond en persoonlijke ervaringen zijn visie hebben gevormd en wat hem drijft in zijn werk en leven.
Wat vind je belangrijk in het leven?
“Van huis uit heb ik het belang meegekregen van zorgen voor elkaar en de kracht van met elkaar aan iets werken. Het leven speelt zich vooral af in je directe omgeving en daarom is het ook belangrijk dat die omgeving van binnenuit wordt ondersteund en dat je het belang ziet van de mensen in de directe omgeving”. In zijn rol als bestuurder van een regionale organisatie vindt Nout dan ook dat de organisatie in eerste instantie zich moet richten op die regio en daar het geld moet uitgeven. “Waarom zouden we iets in Utrecht bestellen als we het ook uit Beverwijk kunnen laten komen? Zelf koop ik natuurlijk wel eens wat online (meestal dus niet uit de regio), maar als het even kan, koop ik het liefst bij een leverancier uit de regio.”
Waarom is dit voor jou van belang?
“Mijn vader was huisarts in een kleine gemeenschap. Ik ben aan de ene kant opgegroeid als kind van een huisarts en daarmee, ouderwets beredeneerd, in een speciale positie, maar aan de andere kant was ik vriendjes met iedereen. Zo ben ik opgegroeid. Het vrije weekend begon bij ons op zaterdag om 12 uur, omdat mijn vader in de ochtend nog spreekuur had. Dat bereikbaar zijn vonden wij heel normaal, maar dat is nu natuurlijk helemaal niet meer zo. Ik vind het ook leuk om voor en met regionale organisaties te werken. En in een niet te grote organisatie is mijn rol ook heel erg gevarieerd. Ik ben aan de ene kant bezig met de dagelijkse financiën en aan de andere kant met strategie en zorginhoud. Er is altijd wel wat te doen.”
Je hebt geneeskunde gestudeerd. Wilde je altijd al arts worden?
“Toen ik moest gaan nadenken over een studie was het medicijnen of geologie. Gekozen voor geneeskunde had ik geluk en werd in één keer ingeloot. Natuurlijk ben ik ook wel erfelijk belast. Mijn ouders hebben ook beide geneeskunde gestudeerd. Het zat er dus al jong in. Mijn moeder koos voor de onderzoekskant. Mijn broers en zus zijn trouwens niet de medische kant opgegaan.“
Tijdenszijn medicijnenstudie wist Nout dat hij geen dokter wilde worden, maar wel in de zorg wilde blijven. Dus gaf een vrij doctoraal geneeskunde met ook bedrijfskunde, informatica en gezondsheidsrecht mij nieuwe ruimte.
Inspiratiebronnen
De filosoof Schumacher schreef Small is Beautiful. Hij stelt dat je de mensen in landen, die in een andere fase van ontwikkeling zijn, alleen kunt helpen als je ze iets geeft waar ze iets mee kunnen. Geef ze geen trekhaak als ze geen wagen hebben.
Ook heeft Nout nog altijd veel bewondering voor zijn oud-werkgever bij Zilveren Kruis, professor Van Montfort. Hij heeft altijd fijn met hem samengewerkt. Van hem leerde Nout over de drie V’s: Vertrouwen, Verantwoording en Verantwoordelijkheid. Dat gaat erover dat als je verantwoordelijkheid en vertrouwen krijgt, dat daar dan ook een bepaalde verantwoording bij komt kijken. Juist dat wordt nog weleens vergeten als de discussie gaat over vertrouwen en verantwoordelijkheid.
Wat maakt dat je hem zo bewondert?
Nout bewondert zijn brede veld van werken. Professor Van Montfoort kon mensen echt meenemen en nam de tijd voor gesprekken over moeilijke onderwerpen. Als leidinggevende was hij altijd heel benaderbaar, hoe druk hij het ook had.
“Ik ben wel jaloers geweest op het feit dat hij iets wel 50 keer mocht vertellen en dat het daarmee elke keer weer beter werd. Wij werken in een veld waarin we iets misschien twee of drie keer kwijt kunnen, maar ik zou soms wel vaker willen, zodat ik er beter in word”. (zegt Nout lachtend), “Ik weet dan weer niet of ik het leuk zou vinden om hetzelfde verhaal 500 keer te moeten brengen, zoals toneelspelers dat doen”.
“Wat me ook is bijgebleven is een quote van Bart Berden, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Zorgdirecteuren: mensen blijven te kort zitten. Ik denk dat dat voor een deel ook wel zo is. Continuïteit van de mensen om je heen is ook in onze regio wel heel prettig. Het gaat dan niet alleen om bestuurders, maar ook om de managers en zorgprofessionals. We willen en moeten in de regio steeds meer samenwerken om de inwoners zo goed mogelijk (medisch) te behandelen. Dat geldt ook in onze samenwerking met het sociaal domein. Dan is het toch prettig als mensen niet elke twee jaar overstappen naar een andere baan. Elkaar kennen geeft juist ook ruimte om nieuwe en andere dingen te doen binnen onze regio.”
De loopbaan van Nout
Na zijn vrij-doctoraal geneeskunde in Leiden ging hij in het OLVG werken als beleidsmedewerker Verpleegkundige Dienst en later als beleidsmedewerker Medische Staf. Die functie bestond nog niet in Nederland, maar die staf begon zich te professionaliseren en had behoefte aan ondersteuning. Nout heeft toen het eerste medische beleidsplan geschreven. Daarna volgde de fusie met het Prinsengracht ziekenhuis waarbij er moest worden gekeken naar de positionering van de medische staf.
Vervolgens heeft hij de overstap gemaakt naar Zilveren Kruis. Dat was in de tijd dat het Achmea werd en particulier en ziekenfonds steeds dichter bij elkaar kwamen. “Ik zat dagelijks veel op de weg en dat mis ik zeker niet. Maar het was in die periode een inspirerende werkomgeving”
Een paar jaar later maakte Nout de overstap naar de Verenigde Staten. Zijn vrouw was Amerikaans en ze wilden graag iets anders en in haar cultuur wonen en werken. Ze ging werken bij Artsen zonder Grenzen in New York. Hun kinderen waren toen 3 en 5. Uiteindelijk verbleven ze anderhalf jaar in de VS. Zijn vrouw wilde terug naar Nederland met als belangrijkste reden: de verhouding werk-privé en de angstcultuur die daar heerst. De kinderen konden eigenlijk niet op straat spelen. Wat ook meespeelde, was dat Nout daar nog geen baan had. “Daarheen gaan was de beste beslissing ooit. Ik gaf mezelf de ruimte om het te proberen.”
Eenmaal terug in Nederland ging Nout via zijn netwerk aan de slag als financieel manager bij het Kennemer Gasthuis. Zo is hij in de regio Kennemerland terechtgekomen. Na 11 jaar ging hijnaar het ziekenhuis in Purmerend dat toen ging fuseren met Hoorn. Na de ziekenhuisperiode volgde de stap naar de huisartsen en ging Nout van start als bestuurder bij zowel de HZK als bij Amstelland Zorg. Na anderhalf jaar volgde de volledige overstap naar Kennemerland.
In 2010 overleed Nout’s vrouw aan alvleesklierkanker. Hun kinderen waren 10 en 12 jaar oud. Een moeilijke tijd waarin gelukkig veel mensen uit hun omgeving voor hen klaarstonden en hielpen. Hierin zie je ook het belang van de regio en je directe omgeving. Ontzettend waardevol. Inmiddels is Nout alweer 10 jaar getrouwd met zijn huidige vrouw. Samen hebben zij 5 kinderen. “We zijn gekoppeld door gezamenlijke vrienden; dat is ze toch maar mooi gelukt.”
Een werkdag van Nout
Eerder vertelde Nout al dat hij de breedte van het werk leuk vindt. Ik ben benieuwd hoe een werkdag eruit ziet en welke onderwerpen aandacht vragen. Veel regionale huisartsenorganisaties zijn aan het groeien. Aan de ene kant bestaan ze als zorggroep al lang, maar door de ontwikkeling naar regionale huisartsenorganisaties, wordt hun positie in het veld anders. “Dat is ontzettend leuk om aan te werken en de medewerkers en organisatie in dit proces te kunnen ondersteunen.” Nout en de HZK vinden het belangrijk om de leden goed te ondersteunen en de vraag te stellen: waar is momenteel behoefte aan? Vervolgens is het aan het team om het juiste model te vinden om de diverse organisaties daarin bij te staan. De ondersteuning zit ook in de positionering van de huisartsenorganisaties in de regio richting andere zorgaanbieders, gemeenten en verzekeraars. “Dit willen we echt doorontwikkelen en steviger neerzetten”.
“Onze leden zitten allemaal in verschillende levensfasen en oragnisatiegrootte en iedere generatie heeft behoefte aan een andere soort ondersteuning. Wat onze leden bindt, is dat ze ee huisartsenpraktijk zijn maar in veel verschillende vormen .”
De visie van de doorontwikkeling van de regionale huisartsenorganisaties en dus ook de HZK richt zich op 2030-2035.
Dromen
“Dit jaar word ik 63 en ik vind het nog steeds leuk om aan het werk te zijn. Ik ben wel wat kritischer gaan kijken naar wat ik nog leuk vind om te doen. Een vastomlijnd plan heb ik niet. Ik wil graag bijdragen aan de ontwikkeling van HZK en de huisartsenzorg in de regio Kennemerland zoveel mogelijk garanderen. Ik merk dat ik zelf ook nog altijd veel leer over positionering en organisatieontwikkeling.”
De organisatie van de HZK is in 8 jaar tijd ontzettend snel gegroeid van 5 naar nu 54 medewerkers. De medewerkers van de huisartsenpost, ook onderdeel van de HZK en in deeinst van het Spaarne Gasthuis, zitten daar nog niet eens bij. De groeipijnen die dit met zich meebrengt, zijn nieuw voor Nout, maar vindt hij interessant om vanuit zijn rol te mogen begeleiden. Zijn rol als bestuurder wordt bestuurlijker en minder operationeel. Dat is ergens jammer want hij houdt van de inhoud. Aan de andere kant is het ook een kunst om dat wat je leuk vindt, los te laten en over te laten aan collega’s.
Hij ziet zichzelf de komende jaren nog wel een bijdrage leveren. Huisartsen zijn vaak heel hands-on en dat biedt kansen om in dit diverse veld mee te gaan met de vernieuwing die eraan komt. En dan is er ook nog de vraag over de zorgkloof: hoe lossen we dat op? Heel interessant om als zorgorganisatie daarin mee te denken, te proberen wat werkt en dingen te kunnen ontwikkelen. En er mislukt ook weleens iets. “En dat mag ook, want we zijn nooit uitgeleerd”.
En hoe zit het met persoonlijke ambities en plannen?
“Mijn aandacht gaat vooral uit naar ons samengestelde gezin. Onze kinderen zijn inmiddels het huis uit. Vier wonen in Amsterdam en een in Berlijn. Ondanks dat het een leuke stad is, is het toch ook best ver weg”.
“Ik wil voorlopig nog blijven werken, maar wel in een prettige balans. Er is hier nog zoveel te doen en ik vind het nog steeds heel leuk. Ik kan er nu wel ontzettend van genieten dat ik niet meer elke dag naar de andere kant van het land hoef te rijden. Wonen dicht bij werk is echt een dagelijks genot.”
We werken nu al een tijd samen aan verschillende projecten. Hoe ervaar je de samenwerking met mij en B-Liz?
“De afgelopen jaren hebben we elkaar meerdere keren opgezocht om samen iets te doen en de samenwerking is altijd erg prettig. We komen elkaar ook geregeld tegen op andere momenten. Daardoor zie ik ook dat je ook andersoortige dingen doet en jezelf breder profileert. Je hebt het dan ook terecht over B-Liz als jouw bedrijf. Het is tenslotte ook meer dan puur interimwerk. Het is leuk om te zien hoe je ook tijd stopt in de ontwikkeling van je bedrijf en van jezelf. Ik denk dat jij over 15 jaar waarschijnlijk iets heel anders bent gaan doen. Wat dat is, weet je misschien nog niet en misschien ben je ook helemaal niet zoekende, maar ik zie wel hoe je je verbreedt in je persoonlijke ontwikkelingsstappen. Ik verwacht niet dat die ontwikkeling gaat naar een nieuwe manier van programmamanagement, maar meer naar waar je nog meer mee bezig wil zijn en waar je nog meer waarde kunt toevoegen.
Tot slot, heb je een bepaald motto of iets wat je vaak tegen jezelf of collega’s zegt?
“Eigenlijk niet. Ik vind het soms nog weleens lastig te bepalen of ik als directeur word aangesproken of als de persoon Nout Waller. De bekende vraag: wat mag ik functioneel opvatten en in hoeverre is dit persoonlijk? Ik oefen veel in het maken van dat onderscheid en dat geeft ook rust.
Misschien is mijn belangrijkste inzicht toch wel dat mijn koffertje nooit leeg is. Prioriteiten stellen blijft een hele klus, maar het helpt als je bedenkt dat het actielijstje niet altijd leeg hoeft te zijn.”