In gesprek met… Lizzy van der Kooij
In deze editie van In gesprek met… draaien we de rollen om. Normaal gesproken is Lizzy degene die de vragen stelt. Dit keer zit zij zelf aan de andere kant van de tafel.
Lizzy is oprichter van B-Liz en werkt als programmamanager, kwartiermaker, trainer en procesbegeleider in zorg en welzijn. In dit gesprek vertelt ze over wat haar inspireert, hoe B-Liz is ontstaan, waarom ze graag mensen en werelden met elkaar verbindt en over haar groeiende betrokkenheid bij palliatieve zorg.
“Wat me vooral inspireert, is als mensen me weten te raken of aan het denken zetten.”
Aan de andere kant van de tafel
Hoe is het om nu eens niet zelf de vragen te stellen, maar geïnterviewd te worden?
“Het is wel gekkig,” zegt Lizzy. “Als ik zelf de vragen de stel, heb ik een een soort regie. En nu niet. Ik geef me over”
In de interviews voor B-Liz zoekt ze vaak naar de rode draad: wat beweegt, drijft of inspireert iemand? Die vraag had ze nog nooit zo expliciet aan zichzelf gesteld. “Ik vind inspiratie vooral in mensen. Dat kan in kleine dingen zitten, maar ook groots en meeslepend. Wat me vooral inspireert, is als mensen me weten te raken of aan het denken zetten. Als ze echt iets toevoegen aan mij: andere gezichtspunten, andere kennis, andere ervaringen. Dat maakt me rijker.”
Lizzy is nieuwsgierig van aard en oprecht geïnteresseerd in wat andere mensen meemaken, denken en voelen. “Ik zie mezelf niet als visionair. Ik vind niet dat ik fantastische ideeën heb. Maar ik kan wel goed nadenken. Mijn brein werkt snel. Ik zie samenhang, haakjes en mogelijkheden. Ik kan heel goed dingen met elkaar in verband brengen.”
Mensen om haar heen hebben daarin vaak een belangrijke rol gespeeld. Zoals Alexander van den Berg bij wie ze de opleiding Zijnscoaching volgde en die haar introduceerde in de wereld van bewustzijn en non-dualiteit. Maar ook Machteld Huber inspireert haar, omdat zij op een bepaalde manier in het leven staat en haar ideeën over Positieve Gezondheid echt voorleeft.
“Mijn schoonmoeder mag ook niet ontbreken, vanwege haar intelligentie, emancipatie en vermogen om moeilijke gesprekken niet uit de weg te gaan. En Frank Roche, mijn voormalige Amerikaanse leidinggevende. Hij zag iets in mij. Hij geloofde in mij als jong broekie. Vooral zijn vertrouwen in mij en in dat wat ik kon, gaf mij vleugels.”
Van zakelijke naar maatschappelijke betekenis
Na haar studie bestuurskunde ging Lizzy aan de slag bij een internationaal HR-adviesbureau. Een dynamische omgeving, met grote klanten als Shell, Pon en Nike. Ze werkte in een start-upteam, leerde veel en kreeg veel vrijheid. Toch begon er iets te wringen. “Ik miste iets in die consultancywereld. Dat ben ik later gaan benoemen als betekenisvol werk, maatschappelijke betrokkenheid, een verschil willen maken. Ik had soms het gevoel dat het werk vooral financieel gedreven was of bedoeld om beslissingen te legitimeren. Het ging te weinig over mensen, over ergens met je hart voor gaan.”
Die behoefte bracht haar uiteindelijk naar de publieke sector. Eerst bij de Hulpverleningsdienst Kennemerland, daarna bij de gemeente Haarlem en vervolgens bij een regionale ondersteuningsstructuur in Zuid-Holland. Daar, op het snijvlak van sociaal domein en zorg, merkte ze dat haar ervaring en aanpak paste. “Ik ervaarde dat ik van betekenis kon zijn in het veld. Ik merkte dat ik met mijn aanpak, dienstverlening, kennis en ervaring echt wel wat te bieden had.”
Ze besloot de stap naar zelfstandigheid te zetten. Niet omdat ze per se ondernemer wilde worden, maar omdat ze het werk zo leuk vond en zag hoe ze haar kwaliteiten breder kon inzetten. “Als ik een opdracht kon vinden, durfde ik, als kostwinner, het aan om voor mezelf te beginnen. Die opdracht kwam binnen twee weken nadat ik dat besloot. Dus ik had een vliegende start als zelfstandige.”
De start van B-Liz
Terugkijkend ziet Lizzy dat het zelfstandige ondernemerschap goed past bij haar manier van werken. Ze houdt ervan om iets op te starten, mensen en organisaties in beweging te brengen en samen richting te geven. Als iets eenmaal staat en meer in beheer komt, voelt ze vaak de behoefte om verder te gaan.
“De dynamiek van iets opstarten, mensen en organisaties in beweging krijgen en meenemen in een bepaalde richting, past heel erg goed bij mijn kwaliteiten. De autonomie van een eigen bedrijf vind ik ook prettig, maar ik wil mij ook graag verbinden aan mensen, organisaties en opgaven die ertoe doen. Daarom zijn de opdrachten die ik doe vaak langer van aard. Ik ben niet iemand van de korte klusjes. Het moet wel echt ergens over gaan. Ik wil ook dat organisaties er iets aan hebben op verschillende niveaus: medewerkers, de organisatie zelf, de samenwerking en vooral de mensen om wie het gaat. Of we die mensen nu inwoners, patiënten of cliënten noemen.”
De naam B-Liz ontstond toen ze bij de start van haar bedrijf mensen om zich heen vroeg wat zij in haar waardeerden en wat zij haar gunden voor de toekomst. “Daar kwam uit dat ik betrokken ben, betrouwbaar, authentiek en dat ik ontzorg. Geef iets aan mij en het komt goed. Lizzy regelt het wel.”
Be-Liz is voor haar geen oproep om te worden zoals zij, maar juist om jezelf te zijn. “Het gaat over: wees jezelf. Wees authentiek. Je bent goed zoals je bent. En in combinatie met bliss: de sprankeling, de zegen, het ontzorgen. Het komt goed. We regelen het.”
Mensen niet reduceren tot probleem
Een belangrijke periode in Lizzy’s loopbaan was haar werk bij de gemeente Haarlem. Daar was ze, rond de decentralisaties van 2015, betrokken bij de opzet en ontwikkeling van sociale wijkteams. Die teams hadden een duidelijke transformatieopdracht: anders werken, doen wat nodig is, eigen regie en eigen kracht faciliteren. In die periode zag Lizzy ook hoe taal en beleid mensen kunnen verkleinen.
“Door het denken in doelgroepen en problematiek, termen als ‘multi-probleemgezinnen’, ‘niet-redzaam’ en ‘kwetsbaren’, scheer je mensen heel snel over één kam. Daarmee haal je ook de kracht en talenten uit mensen. Bovendien verkeert ieder mens in zijn leven wel eens in kwetsbaarheid. Veel inwoners die bij het wijkteam aanklopten, hadden een geschiedenis van afgewezen worden. Ze kregen keer op keer de boodschap: je doet er niet toe, je kunt niks, je bent een probleemgeval. Dat patroon, dat je niet in mensen gelooft en de ongelijkwaardigheid, heeft mij geraakt en een extra drive gegeven. Ik geloof echt oprecht dat ieder mens talenten heeft.”
Daarin ziet ze ook de link met haar vroegere leidinggevende Frank. “Als je in mensen gelooft, dat uitstraalt en helpt vergroten, verandert er iets. Dan gaat er ook op andere vlakken groei ontstaan en worden mensen versterkt.”
Positieve Gezondheid als rode draad
Positieve Gezondheid kwam rond 2018 op Lizzy’s pad. Ze werd opgeleid als trainer en herkende in het gedachtegoed veel van de waarden die ze zelf belangrijk vindt: autonomie, eigen regie, een brede blik op gezondheid en een open gesprek.
“Mijn ervaring met Positieve Gezondheid is dat het heel verrijkend is. Vooral omdat het haakt aan aspecten en waarden die ik belangrijk vind.” Voor Lizzy gaat het niet om de methode op zichzelf, maar om hoe je naar mensen kijkt en hoe je je tot de ander verhoudt. “Je hoeft het van mij niet Positieve Gezondheid te noemen, maar de aspecten vind ik heel belangrijk. Ze komen terug op verschillende niveaus. Het zit als een rode draad in mij, in mijn werk en in hoe ik mijn bedrijf vorm wil geven.”
De satéprikker
B-Liz verbindt mens en organisatie, strategie en praktijk. In haar werk betekent dat dat ze voortdurend schakelt tussen verschillende niveaus: bestuur, beleid, management, uitvoering en de mensen om wie het uiteindelijk gaat.
Die manier van werken ontdekte ze onder meer in haar tijd bij de GGD, in een project rond geweld in het gezin: huiselijk geweld en kindermishandeling. “Daar heb ik ervaren welke dingen ik belangrijk vind in het werk. Betekenisvol zijn. Samenwerken. Je redt het niet als één organisatie. Je hebt elkaar nodig om stappen te zetten. Ik ben ervan overtuigd dat je alleen goed werk kunt doen op strategisch niveau als je ook weet waar het over gaat. Als je het niet verbindt met praktijk, inhoud en de mensen om wie het gaat, maak je slecht beleid.”
Lizzy ziet zichzelf daarin soms als een satéprikker: iemand die dwars door lagen heen prikt en de verbinding zoekt.
“Ik denk dat ik goed ben in het adresseren van vraagstukken op de juiste niveaus. Ik herken waar je nog stappen kunt zetten en ik zie overal wel mogelijkheden.”
Lizzy is op haar best als ze ruimte, positie en vertrouwen krijgt. Niet per se onbeperkte vrijheid, want opbouwende vragen en kritiek ervaart ze juist als verrijkend. “Zonder vertrouwen kan ik weinig doen. Soms moet je dat eerst verdienen door klein te beginnen en het daarna uit te bouwen. Dat vind ik niet erg, maar het moet wel gelegitimeerd worden.”
In het ondernemerschap kwam ze ook zichzelf tegen. “Toen ik voor mijzelf begon, wist ik dat ik een ‘funeste cocktail’ in mij had: perfectionisme, het graag goed willen doen, erkenning buiten mijzelf zoeken en een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Als je dan in een directe relatie met opdrachtgevers komt te staan, is dat vragen om een burn-out. Dus ik ben ook met mezelf aan de slag gegaan.”
Programmamanagement, training en coaching
Lizzy combineert verschillende rollen: programmamanager, kwartiermaker, procesbegeleider, trainer en coach. Dat zijn voor haar geen losse werelden. Ze versterken elkaar. “Ik denk dat ik een betere programmamanager ben als ik ook weet waar het in de praktijk om gaat. In het faciliteren van bijeenkomsten en trainingen kom ik met de werkvloer in aanraking. Daar komt de casuïstiek naar voren en hoor ik waar professionals tegenaan lopen.”
Die praktijkervaring voedt haar werk als programmamanager. Het geeft nieuwe perspectieven, nieuwe inspiratie en zicht op wat er op andere tafels nodig is. Tegelijkertijd vraagt die combinatie van rollen veel schakelkracht. Daar helpt haar snelle hoofd bij, maar ze weet inmiddels ook dat ze ondersteuning mag inroepen. “Ik heb veel geleerd. Ik wil het nog steeds goed doen en vind waardering nog steeds fijn, maar ik hoef niet alles meer perfect te doen of alles alleen te dragen. In de groei van B-Liz heb ik geleerd om taken te delen en anderen toe te laten. Niet alles hoeft alleen in mijn hoofd te zitten. In het begin deed ik alles zelf, maar nu zou ik niet meer terug kunnen.”
Palliatieve zorg
Naast haar werk als programmamanager en trainer beweegt Lizzy steeds meer richting het palliatieve veld en begeleiding rond leven, verlies en afscheid. “Ik heb altijd iets met levensthema’s gehad. Met leven en dood. Ik wilde weten: hoe gaan mensen om met rouw en verlies? Welke emoties zijn er? Wat gebeurt er binnen je?”
Als kind stelde ze daar al vragen over. “Mijn moeder heeft haar beide ouders jong verloren. Ik wilde begrijpen hoe dat was en hoe het voelde om zelf moeder te worden zonder je eigen moeder nog te hebben. Die nieuwsgierigheid ging nooit over sensatie, maar over oprechte betrokkenheid en het bespreekbaar maken van wat vaak onbesproken blijft. Ik hou niet van taboes en schone schijn. Authenticiteit is belangrijk voor me. Ik ga graag het gesprek aan over de dingen die ertoe doen en die je bezighouden in je leven.”
Een opdracht voor KWF in de palliatieve sector en haar opleiding Zijnscoaching brachten voor Lizzy verschillende lijnen samen. Ze ontdekte dat ze één-op-één begeleiding waardevol vindt en dat haar hart sneller ging kloppen binnen de palliatieve sector.
“Palliatieve zorg is er voor mensen die niet meer beter worden. Dat wordt vaak verward met de laatste levensfase, maar palliatieve fase kan ook jaren duren, met veel kwaliteit van leven.”
Om zich verder te verdiepen is Lizzy begonnen aan een vierjarige opleiding tot geestelijk begeleider. Ze wil haar kennis verdiepen, zich laten inspireren door theorieën en denkers en uiteindelijk iets kunnen betekenen voor mensen die niet meer beter worden en hun naasten. “Ik wil graag een rol spelen in het gesprek over verlies en afscheid. Dat kan verlies zijn van lichaamsfuncties, van een onderdeel van je leven dat dierbaar was, van een dierbare en ook van je eigen leven.”
In gesprekken over leven en dood valt volgens Lizzy vaak veel ballast weg. Dan komt de essentie van het leven naar voren. Juist daar wil zij ruimte voor maken.
“Wat is belangrijk voor jou in je leven? Wat doet ertoe? Die vraag is voor mij heel centraal. Ik zie dat er nog veel mensen zijn die afscheid nemen van het leven terwijl belangrijke dingen onbesproken blijven. Ik zou dat graag anders zien. Niet alleen voor degene die ziek is, maar ook voor de mensen eromheen. Ik gun mensen een respectvol en goed afscheid van het leven en elkaar.”
Een van haar dromen is om met B-Liz een aanbod te ontwikkelen rond begeleiding, gesprekken en bijeenkomsten waarin mensen het leven kunnen vieren voordat het definitieve afscheid daar is. “Dingen mogen nog een plekje krijgen. En dat hoeft niet bewaard te worden tot een uitvaart of afscheidsdienst waar iemand zelf er niet meer bij is.”
Toekomstdromen
Als kind dacht Lizzy aan geneeskunde of diergeneeskunde. Ze had daar zelfs haar vakkenpakket op afgestemd. “Maar toen ik een aantal keer met een buurman, die dierenarts was, mee mocht kijken in de praktijk, begon ik toch te twijfelen. Ik dacht: wil ik dit dan wel elke dag doen? Dertig, veertig jaar lang? En nee, dat niet. Ik hou ook van ontwikkeling en verandering. Dat wist ik toen blijkbaar al.”
Organisaties, leidinggeven en eindverantwoordelijkheid spraken haar ook aan. Ze zag een klassiek kantoor voor zich en mantelpakjes. “Uiteindelijk kwam ik uit bij bestuurskunde. Niet wetende dat dat zo op overheid en beleidsprocessen gericht was. Maar met wat ik nu doe, heeft dat heel goed uitgepakt. Ik denk ook dat het zo heeft moeten zijn.”
Als ze nu naar de toekomst kijkt, ziet ze vooral eenvoud, rust en ruimte. Een stabiele basis met B-Liz, zodat er daarnaast ruimte ontstaat voor haar werk in het palliatieve veld. “Het liefst zou ik voor die Vier het Leven-bijeenkomsten een eigen plek hebben. Een boerderij misschien waar mensen tot rust kunnen komen en samen kunnen eten, elkaar ontmoeten, praten en gewoon met elkaar zijn. Ik hou heel erg van koken en lekker eten. Daar zou ik dan een verbindende activiteit van willen maken.”
Wat ertoe doet
Aandacht geven en ontvangen is belangrijk voor Lizzy. “Oprechte aandacht voor de mensen om mij heen, voor dierbaren, maar ook voor mensen die ik nog niet ken. Het gaat om contact maken en verbinding ervaren. Ik kan heel blij worden als ik op straat loop en er gebeurt iets waardoor ik even een interactiemomentje heb met iemand. Iemand die naar me lacht of me bedankt voor iets. Daar word ik heel gelukkig van.”
Tegelijkertijd kan ze ook heel gelukkig zijn in haar eentje. Op het strand, met de golven van de zee. In het bos. Met de honden. “Het zijn die kleine dingen die ertoe doen. En die kleine dingen zijn heel groot in zichzelf.”
Misschien vormen juist die kleine dingen de basis voor de nieuwe fase waarin Lizzy zich bevindt. Met haar opleiding en de beweging richting palliatieve zorg voelt het alsof ze opnieuw op reis is. Niet met een dichtgetimmerd plan, maar met nieuwsgierigheid naar wat er op haar pad komt.
“Ik ben een zoeker en heb geleerd om meer te genieten van het zoeken en het proces en me niet blind te staren op de uitkomst. Het is goed om niet overal een antwoord op te hebben. Om het niet te weten.”
Aan het einde van het gesprek komt Lizzy terug bij wat misschien wel het meest dichtbij is: haar gezin, vrienden en familie. B-Liz is belangrijk, juist omdat er zoveel van haarzelf in zit, maar het is niet het enige wat haar leven betekenis geeft.
“Ik heb echt wel geworsteld, maar ik worstel niet meer. Er is rust. Als ik terugkijk op wat ik allemaal al geoogst heb, hoe ik mezelf ontwikkeld heb en welke mensen ik om me heen heb, dan ben ik heel dankbaar en gelukkig. Dan heb ik een ontzettend rijk, mooi leven. Het is goed.”